Digitale media- en informatiegeletterdheid


Indicator 3.1 Informatievaardigheden.

3.1.1. De docent toont aan dat hij adequaat gebruik kan maken van zoekmachines en databases om zo digitaal (leer-)materiaal te ontsluiten.                                                                 Ik maak veel gebruik van It's Learning om digitaal lesmateriaal aan te bieden. Hieronder vindt u een link naar een voorbeeld van extra materiaal (ondersteuning) bij het onderdeel 'betoog schrijven' in jaar 4. Leerlingen vinden dat vaak een lastig onderdeel of missen weleens een les. Daarnaast ligt het tempo, vanwege het PTA, hoog. In deze map (of archief) verzamel ik extra leermateriaal die leerlingen kunnen raadplegen voor hun PTA-toets. Middels fimpjes, voorbeelden en tips kunnen ze zich thuis goed voorbereiden en hoeven ze die informatie niet zelf te zoeken.

3.1.2. De docent toont aan dat hij sites kan beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en dat hij het belang hiervan kan overbrengen op zijn leerlingen.                                          Vorig schooljaar heb ik de betrouwbaarheid van informatiebronnen behandeld in mijn derde jaars klas. Ik ben gestart met een kringgesprek waarbij ik Wikipedia op het digibord had geopend. Ik heb leerlingen gevraagd naar de betrouwbaarheid van die site en een paar leerlingen wisten dat iedereen daar informatie kon ver- en bewerken. Een aantal anderen waren daarvan niet op de hoogte. We hebben gesproken over het checken van informatie en waar je op kunt letten om te beoordelen of een site wel of niet betrouwbaar is. Vervolgens hebben leerlingen een aantal opdrachten uit het boek Talent gemaakt (handboek * 3 vmbo-gt, blz. 121 - 3.8 INFORMATIE, opdr. 1 t/m 5). Hieronder vindt u twee foto's van de bladzijdes uit het boek. Als huiswerk moesten leerlingen twee betrouwbare sites en twee onbetrouwbare sites opzoeken en uitleggen waarom de informatie wel/niet betrouwbaar was. De volgende les hebben een aantal leerlingen hun resultaten in de kring 'gepresenteerd'.

3.1.3. De docent toont aan dat hij verantwoord kan omgaan met andermans (digitale) producten en op de hoogte is van de regels met betrekking tot plagiaat en plagiaatpreventie. Ik laat leerlingen hun digitale producten altijd inleveren via It's Learning. Ik kan verschillende elementen toevoegen aan een map, zoals linkjes, enquêtes, bestanden, opdrachten en nog veel meer. Als leerlingen bijvoorbeeld een boek- of schrijfopdracht moeten inleveren, maak ik daar een opdracht voor aan. Vaak voeg ik daar nog een bestand aan toe met een opdrachtomschrijving. In vink altijd de optie 'plagiaatcontrole' aan, zodat ik kan zien of er een overeenkomst met een internetbron is. Ik controleer dus of leerlingen teksten van internet kopiëren en plakken. In de vakgroep hebben wij een afspraak dat leerlingen niet meer dan 10% plagiaat mogen hebben. Hieronder vindt u een voorbeeld van een opdracht die 19% overeenkomst met het internet heeft. Deze leering, wiens naam ik uit privacyredenen onleesbaar heb gemaakt, heeft daardoor een 1 op zijn filmverslag gekregen:


Indicator 3.2 Kennismanagment.

3.2.1. De docent toont aan dat hij op efficiente wijze informatiebronnen kan organiseren en deze kan inzetten als productiefactor voor leren en lesgeven.                                              Graag verwijs ik voor deze competentie naar 2.2.1, waarin ik een voorbeeld laat zien van hoe ik informatie deel met mijn leerlingen. In de screenshot is te zien hoe ik op een overzichtelijke manier mijn mappen beheer. Daarnaast verwijs ik naar 3.1.1. waarin ik vertel (en laat zien) hoe ik extra leermateriaal aanbied. Leerlingen die extra instructie of de leerstof op een andere manier aangeboden willen krijgen, bijvoorbeeld d.m.v. een filmpje, kunnen daar veel baat bij hebben. Tevens vinden leerlingen op It's Learning een link naar de e-pack van Ta!ent, waar ze extra oefeningen, toetsen en uitleg kunnen vinden.


Indicator 3.3 Mediawijsheid.

3.3.1. De docent toont aan dat hij creatief, kritisch en bewust kan omgaan met actuele media.                                                                                                                                     Meerdere collega's maken gebruik van bijvoorbeeld Facebook om met leerlingen te communiceren. Ik doe dat bewust niet. Ik ben heel terughoudend in het gebruik van Facebook. Ik heb wel een account om met vrienden/kennissen in contact te blijven, maar voeg nooit leerlingen toe (of accepteer vriendschapsverzoeken van leerlingen). Ook plaats ik, in tegenstelling tot vriendinnen, geen foto's van mijn kinderen online.

Wel communiceer ik met mijn mentorklas via Whatsapp. Vooral nu ik drie dagen werk, vind ik het handig om zo snel informatie met leerlingen te kunnen delen. Wij hebben daarover wel afspraken gemaakt; wat er wel en wat er niet mag worden geplaatst. Aangezien ik de beheerder ben van de groep, ben ik ook degene die leerlingen kan toevoegen of verwijderen. Ik ben over het algemeen wel tevreden over het gebruik van deze groepsapp. Hieronder vindt u twee screenshots van hoe wij de 4F-groepsapp gebruiken.

3.3.2. De docent toont aan inzicht te hebben in de manier waarop de digitale wereld invloed heeft op de opvoeding van jongeren.                                                                                              In het voorbeeld hierboven vindt u twee fragmenten van gesprekken die in de groepsapp hebben plaatsgevonden. Uiteraard verliep de communicatie ook weleens anders, oftewel op een negatieve manier. Communicatie via Social Media is weleens onderwerp van een mentorles van mij geweest. In zulke lessen bespreek ik met leerlingen bijvoorbeeld miscommunicatie en/of het belang van non-verbale communicatie (welke ontbreekt bij chatberichten). Misverstanden blijken dan vaak voor te komen. Ook heb ik twee jaar geleden bij een project over Social Media een les over (profiel)foto's gegeven. Ik vroeg een leerling haar Facebook te openen. Ik wist dat zij een uitdagende profielfoto erop had staan (de avond ervoor opgezocht, haar profiel was namelijk openbaar) en vroeg naar reacties in de klas.      De decolleté en indruk van een 'makkelijk meisje' werd snel uitgesproken. Het meisje in kwestie was zich daar helemaal niet van bewust en ook anderen gaven aan beter na te denken over het soort foto's die ze voortaan op het internet zouden plaatsen.

3.3.3. De docent toont aan dat hij voor leerlingen geschikte en betrouwbare digitale leerbronnen kan selecteren, passend bij hun leeftijd, sociaal-emotionele en morele ontwikkeling.                                                                                                                                 Voor mijn studie (leraar Nederlands, deeltijd) heb ik regelmatig gebruik gemaakt van de website leraar 24. Voor o.a. mijn lees-, schrijf- en mondelinge taalvaardigheidsdossier heb ik meerdere artikelen en video's geraadpleegd. Dit jaar ben ik druk bezig met mijn WPL4, waar ik meerdere leerdoelen heb moeten formuleren. Een leerdoel ging over activerende didactiek en ook hiervoor heb ik informatie van de site gebruikt en toegepast in mijn lessen.  Verder gebruik ik weleens werkvormen of schrijflessen van SLO en neus ik regelmatig in de drive van 'het schoolvak Nederlands', aangezien ik lid ben van de Facebookgroep 'Leraar Nederlands' en daar interessante berichten voorbij zie komen. Hieronder vindt u een paar linkjes naar websites die ik zojuist heb genoemd.

https://www.leraar24.nl/activerende-leerstrategieen-in-het-vo/                         https://nederlands.slo.nl/                                                                https://drive.hetschoolvaknederlands.nl/

3.3.4. De docent toont aan dat hij leerlingen bewust kan maken van de meerwaarde en risico's van internetgebruik.                                                                                                        Graag verwijs ik naar 3.3.2. waarin ik vertel hoe ik met leerlingen het internetgedrag met ze bespreek. Ik behandel dit thema dus vooral in mijn mentorlessen. Ik gebruik daarvoor ook materiaal van de website Tumult, waar mijn school licencies voor heeft. Hier zijn veel online-lessen te vinden, zo ook over cyberpesten. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden die ik heb gedownload van Tumult: het eerste bestand is een handleiding (voor twee lessen), de tweede een lesbrief over privacy en de derde is een studiekaart over cyberpesten.

3.3.5. De docent toont aan dat hij zich bewust is van online pestgedrag en bekend is met de geldende protocollen.                                                                                                                      Bij 3.3.2. vertelde ik dat ik zaken als miscommunicatie via Social Media bespreekbaar maak in de klas en bij 3.3.4 liet ik een voorbeeldles over cyberpesten zien. Wanneer er in mijn mentorklas sprake is van online-pestgedrag bespreek ik dat met de leerlingen en soms in de kring. Ik onderneem dus kortom altijd actie en informeer mijn teamleider over de situatie.     De leerling die gepest heeft krijgt naast een gesprek met 'het slachtoffer' en toepasselijke straf (in overleg met mijn teamleider en afhankelijk van het voorval): bijvoorbeeld een verslag maken over cyberpesten, een dag buiten de lessen geplaatst worden en in het ergste geval een schorsing.  

3.3.6. De docent toont aan dat hij zijn leerlingen bewust om kan laten gaan met de mogelijkheden van internet en sociale media ten behoeve van het eigen leren.                       Ik heb in dit thema vooral gesproken over de negatieve kanten van Social Media. Gelukkig zijn er ook een aantal voordelen te noemen. Zo kan ik snel en makkelijk met leerlingen communiceren d.m.v. een groepsapp en ook daar kunnen leerlingen leren. Zo heb ik bij 3.3.1. een screenschot van mijn groepsapp laten zien, waarin een leerling vraagt hoe je een automatische inhoudsopgave in Word kunt maken. Een andere leerling stuurt vervolgens een linkje met een handleiding (support). Dit soort vragen en antwoorden zie ik vaker voorbij komen (bijvoorbeeld ook bij ziekte en de groep informatie over een les- of leerstof geeft).       

Een ander voorbeeld is een selfie-opdracht die we als afsluiter in jaar 1 hebben georganiseerd. De opdracht, die ik helaas niet meer in mijn bezit heb, was om een aantal plekken in de binnenstad van Groningen op te zoeken en daar een selfie te maken. Leerlingen moesten deze opdracht in groepjes uitvoeren. De foto's werden vervolgens in de groepsapp gedeeld.  Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van deze selfie-opdracht.

Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin